eerder

Léopold Rabus

14 nov 2009 t/m 14 feb 2010

Noodlottig, grimmig, onbeholpen of kolderiek, maar altijd humoristisch zijn de subliem geschilderde mensfiguren van de Zwitserse kunstenaar Léopold Rabus (1977). Tegen de achtergrond van een realistisch weergegeven bos, verlaten schuur of houten boshuisje schildert hij de mensen uit zijn directe leefomgeving: Neuchâtel.

Zwarte Humor

Met zijn van (zwarte) humor doordrongen werk vertoont hij verwantschap met kunstenaars als de Duitse Jonathan Meese en de Amerikaanse Paul McCarthy. Het GEM in Den Haag vervolgt met de eerste museale solotentoonstelling van Rabus zijn traditie in het maken van belangwekkende tentoonstellingen van hedendaagse schilderkunst. Het naastgelegen Gemeentemuseum kocht reeds twee grote schilderijen van de kunstenaar aan die onderdeel uitmaken van de collectie hedendaagse schilderkunst met onder anderen Daniel Richter, Mattias Weischer, Michael Raedecker en Tjebbe Beekman.

Locale tradities

Rabus neemt plaatselijke tradities en gebruiken als uitgangspunt, die hij in zijn schilderijen met een kwinkslag in beeld brengt. Bijvoorbeeld een jachttafereel, geen heldhaftige scène, integendeel, het is een tragikomische optocht van twee onooglijke jagers met hoornen en geweren met daartussenin een kluwe honden die, wreed genoeg, bezig is een vos uit elkaar te scheuren.

Tegenwoordig lijkt iedereen zijn blik alleen maar te willen verbreden en alles van de wereld te willen zien, zoniet Rabus. Hij is juist gefascineerd door het plaatselijke, de tradities van zíjn plek. Maar die tradities verdwijnen: zo was het vroeger in sommige streken, waaronder Neuchâtel, gewoon om van een overleden dierbare hoofdhaar af te nemen en dat te verwerken tot een bloem of ander relikwie. Nu, daarentegen, wordt diezelfde traditie beschouwd als uiterst vreemd of zelfs morbide. Voor Rabus is zo’n traditie juist intiem en ontroerend. Geïnspireerd vervaardigde hij een op het eerste gezicht normaal ogend boshuisje, geheel bedekt met mensenhaar!

Tienerkamers en boerenerven

Waar de setting, het landschap of de achtergrond van zijn bizarre voorstellingen vaak realistisch worden weergegeven, hebben de mensfiguren van Rabus juist een cartooneske uitstraling met hun naar verhouding veel te groot hoofd op een klein lijfje. De figuren hebben een melkwitte huid en donkere ogen met opvallend oogwit waarbij de pupil juist van de toeschouwer afgekeerd is. Ze hebben de uitstraling van onbeholpen antihelden en bevinden zich op plaatsen als verlaten kelders, bossen, maar ook in tienerkamers of op boerenerven, waarin de kunstenaar een unheimische sfeer creëert. De personages hebben iets doelloos, ze zijn bezig met kleine alledaagse dingen waar geen eer aan te behalen lijkt.

Rabus kiest ervoor om zijn eigen woonplaats in zijn werk als uitgangspunt te nemen. Ondanks die plaatsgebondenheid weet hij toch een bredere, universele betekenis aan zijn werk te geven. Zijn voorstellingen geven namelijk een indringend beeld van de alledaagse eigenaardigheden van het menselijk bestaan in zijn algemeenheid. De tentoonstelling zal na het GEM in Den Haag doorreizen naar het Museum zu Allerheiligen in Schaffhausen en Kunsthalle Wilhelmshafen.

Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde monografie die wordt uitgegeven in samenwerking met Hatje Cantz (€ 29,95).

Speciaal voor het Gemeentemuseum vervaardigde Rabus acht kleine schilderijen op paneel, die te koop zijn in de museumwinkel.

Ook leuk