eerder

Amie Dicke

Nabeeld

22 sep 2012 t/m 6 jan 2013

Foundation, spijkers, rook, wijn, suiker, inkt; het zijn de materialen waarmee Amie Dicke (1978) de realiteit bedekt, vervormt, doorboort, overgiet, wegbrandt, naar haar hand zet en becommentarieert. Haar bewerkte modefoto’s, installaties van een huiskamer bedekt met plastic, foundation of as en gevonden beelden voorzien van mensenhaar, tonen een bevrijding uit de verstikkende wereld van schoonheid, maar zijn ook beladen. Want in plaats van schoonheid komt lichamelijk verval en in een met plastic bedekte huiskamer wordt het leven nog even vastgehouden voor het verdwijnt.

Bestaande objecten en afbeeldingen vinden langzaam de weg naar het atelier en worden daar bewerkt door de kunstenaar die bezig is met het diepmenselijke en individuele, met emoties als schaamte, angst en agressie én met het collectieve; de geschiedenis van een bepaalde plek en de herinneringen eraan; het Nabeeld. In het najaar van 2012 organiseert het GEM, Museum voor actuele kunst in Den Haag de eerste museale solotentoonstelling van Amie Dicke in Nederland.

Topmodellen ontdaan van schoonheid en glans

Al direct na afronding van de Willem de Kooning academie in Rotterdam nam de carrière van Amie Dicke een vlucht, ze werd onmiddellijk bekend met haar snijwerken; bewerkingen van bestaande modefoto’s uit glossy’s. In deze foto’s verliezen de topmodellen hun schoonheid en glans, Dicke ontdoet ze van hun kleding en zelfs van huid en ogen, het worden zwartgeaderde personages. Dicke gaat nog verder met dit principe, zo vaagde ze modellen op foto’s uit door over het papier te schuren, waardoor er vervagingen, of ‘geesten’ lijken te ontstaan in plaats van herkenbare mensen. Ook sloeg ze talloze spijkers in een cover van Vogue; een agressieve daad, misschien om af te rekenen met het schoonheidsideaal, misschien om een uitweg te zoeken uit het onontkoombare vrouw-zijn. Met deze onderwerpen lijkt Dicke schatplichtig aan de grote twintigste-eeuwse kunstenaars die zich bezig hielden met de angsten, twijfels en het zoeken naar identiteit, waarvan Louise Bourgeois het belangrijkste voorbeeld is.

Heden en verleden komen samen

De laatste tijd concentreert Amie Dicke zich op de geschiedenis van een bepaalde plek, vanuit de gedachte dat herinneringen en gebeurtenissen blijven rondwaren. Zo laat ze de plek van waar de schilderijen van Robert Zandvliet hingen, haar voorganger in GEM, een rol spelen in haar tentoonstelling. Waar eindigt het bekijken van een object een waar begint de herinnering eraan? Het zijn onderwerpen die terugkomen in de filosofie van Henri-Louis Bergson (1859-1941), uit wiens teksten Dicke inspiratie haalt. Zo ook het idee van nabeeld; de reflectie van licht die je voor je ogen ziet als je je net van een object hebt afgekeerd.

In eerder werk bedekte Amie Dicke verschillende interieurs met transparant plastic en tape. Alleen de afdruk blijft dan over van de plek waar ooit geleefd werd, en onder plastic stopt het leven definitief, deze laag is als een dodenmasker. In GEM gaat ze nog een stap verder. Voor de grote zaal ontwerpt ze een monumentale vijver, als een spiegeling van de Berlage vijver voor het Gemeentemuseum. Een bassin met herinneringen, met daarin afbeeldingen van de geschiedenis van het Gemeentemuseum, in een poging de rijke geschiedenis van het Berlage gebouw te laten doorwerken in het veel nieuwere GEM. Maar er zullen ook andere beeltenissen te zien zijn, van bijvoorbeeld aardverschuivingen of natuurrampen vanuit het persoonlijke beeldarchief van de kunstenaar. Als een liggend schilderij, waarin heden en verleden van de plek samenvloeien tot een Nabeeld.

Deze tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds.